Als u problemen hebt om dit HTML-bericht te lezen, klik hier voor een online versie.
View in Dutch View in French View in English
Maart 2010
   

Wijziging van het Wetboek van vennootschappen vereist kennisgeving van de verwerving van 25% toonderaandelen of gedematerialiseerde aandelen in niet-genoteerde vennootschappen

Een recente wijziging van de Anti-witwaswet van 11 januari 1993 voert een nieuwe kennisgevingsplicht in voor personen die aandelen aan toonder of gedematerialiseerde aandelen houden in niet-genoteerde vennootschappen. Voortaan zullen personen die stemrechtverlenende effecten verwerven die meer dan 25% vertegenwoordigen van het totale aantal stemrechten van een niet-genoteerde vennootschap daarvan kennis moeten geven aan de vennootschap.

[lees meer]


StartersBVBA: ondernemen zonder kapitaal?

In tijden van economische crisis voelde de Belgische wetgever de nood aan initiatieven die het ondernemerschap aanmoedigen. De Regering was van oordeel "dat het voor (jonge) ondernemers steeds moeilijker wordt een eigen onderneming op te richten". Meer bepaald zou "de kapitaalinbreng als maar vaker [worden] beschouwd als een te hoge drempel om de sprong naar het ondernemerschap te wagen". Bovendien zou "geen enkele Belgische vennootschapsvorm [beantwoorden] aan de behoeften van een jonge Starter die zijn eerste onderneming opricht".

Het federale "KMO-plan 2009", goedgekeurd op 10 oktober 2008, voorzag daarom - als één van de (crisis-)maatregelen - in de invoering van een "goedkope variant" op de bestaande BVBA, starters-BVBA of S-BVBA genoemd. Dit initiatief werd mede verantwoord door de gekende moeilijkheden in de banksector, die zouden verhinderen dat ondernemers over voldoende liquide middelen beschikken om het kapitaal nodig voor een BVBA samen te krijgen en te storten.

In de ons omringende landen bestaat overigens reeds de mogelijkheid om met een verwaarloosbaar of zelfs zonder enig reëel kapitaal een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid op te richten. Steeds meer Belgische ondernemers worden aangesproken door tussenpersonen die "kant-en-klare" zogenaamde Limiteds (naar Brits of Iers recht) aanbieden. Deze vennootschappen vergen slechts een symbolische kapitaalinvestering en kunnen vervolgens, steunend op de rechtspraak van het Hof van Justitie, probleemloos hun (enige) activiteit in België uitoefenen via een Belgisch bijkantoor.

[lees meer]


Commissarisverslag niet langer verplicht bij fusies

Voortaan kunnen aandeelhouders ook bij fusie bij unanimiteit afzien van het verslag van de commissaris.

[lees meer]


Geen algemeen beginsel van gelijkheid van aandeelhouders onder gemeenschapsrecht

In een arrest van 15 oktober 2009 (Audiolux - RTL GBL-Bertelsmann) bevestigt het Hof van Justitie dat het gemeenschapsrecht geen algemeen rechtsbeginsel omvat naar luid waarvan de aandeelhouder die de controle verwerft over een vennootschap verplicht is aan de andere aandeelhouders aan te bieden hun aandelen aan te kopen tegen dezelfde voorwaarden als die overeengekomen bij de controleoverdracht.

[lees meer]


De wet marktpraktijken en consumentenbescherming weldra van kracht

Na de Kamer bespreekt thans ook de Senaat het wetsontwerp betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. Dit wetsontwerp vervangt de handelspraktijkenwet van 1991. De verwachting is dat de nieuwe wet uiterlijk 15 mei 2010 van kracht wordt. Hieronder vindt u een aantal van de belangrijkste nieuwigheden.

[lees meer]


Het arrest Spector: verstrengde regels voor marktpartijen met voorkennis

In een arrest van 23 december 2009 oordeelde het Hof van Justitie dat een persoon die over voorkennis beschikt en vervolgens in effecten handelt waarop deze voorkennis betrekking heeft, gebruik maakt van deze voorkennis. Het verbod van handel met voorkennis is aldus objectief gedefinieerd, zonder uitdrukkelijke verwijzing naar de intentie van de betrokkene om gebruik te maken van de voorkennis. Wie in het bezit is van voorkennis en handelt, wordt vermoed gebruik te hebben gemaakt van de voorkennis, al heeft de beklaagde uiteraard het recht om dit vermoeden te weerleggen.

[lees meer]


Vruchtgebruikconstructies bij nieuwbouw: fiscaal interessante of risicovolle planning?

Vruchtgebruikconstructies vormen een fiscaal aantrekkelijk instrument voor investeringen in onroerend goed. Er was altijd het gevaar van een mogelijke herkwalificatie, in het bijzonder als huurovereenkomst, van dergelijke constructies. Het Hof van Cassatie heeft echter op 22 november 2007 geoordeeld dat herkwalificatie slechts mogelijk is voor zover de nieuwe kwalificatie “gelijksoortige” niet-fiscale rechtsgevolgen heeft als de door de partijen beoogde rechtshandelingen, wat het tij sterk heeft doen keren in het voordeel van de belastingplichtige. Maar de fiscus geeft zich niet zonder slag of stoot gewonnen en past nog steeds artikel 344, § 1 van het WIB 92 toe in de strijd tegen vruchtgebruikconstructies. En niet zonder succes, zo blijkt uit een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, dat de herkwalificatie van een recht van vruchtgebruik in een recht van opstal bevestigt. Beide kwalificaties hebben ”gelijksoortige” rechtsgevolgen, aldus de rechtbank in een vonnis van 23 december 2009 (0915/1482).

[lees meer]


Motivering, informatie en rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten

De wet van 23 december 2009 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten zet de Europese rechtsbeschermingsrichtlijn van 2007 om en legt inzake overheidsopdrachten aan de aanbestedende instantie zowel een informatie-, motiverings- als standstillverplichting op. De wet reikt een aantal instrumenten aan die een getroffen belanghebbende kan aanwenden om rechtsherstel te bekomen. Daarnaast is het de (justitiële of administratieve) rechter toegelaten alternatieve sancties op te leggen en/of kan een belanghebbende een schadevergoeding vragen. De wet is op 25 februari 2010 in werking getreden.

[lees meer]


Eigen vermogen van verzekeringsondernemingen - nieuwe regels ingevolge Solvency II: de "beschikbaarheid om verliezen te compenseren"

Op 25 november 2009 werd de Solvency II richtlijn aangenomen (Richtlijn 2009/138/EG). Er moeten nog tal van uitvoeringsmaatregelen worden genomen. De notie van het hybride eigen vermogen die nu is opgenomen in de richtlijn is een interessante innovatie.

[lees meer]


Wijzigingen RSZ-wetgeving

Naar jaarlijkse traditie loodste de federale regering ook in 2009 op de valreep nog een Programmawet en een Wet Diverse bepalingen door het parlement. De RSZ-wet ontsnapte niet aan de regeldrang en werd opnieuw op bepaalde punten gewijzigd. Zo vulde de Programmawet van 23 december 2009 onder meer artikel 14 van de RSZ-wet aan die de bewijslast inzake forfaitaire onkostenvergoedingen voortaan wettelijk bij de werkgever legt. Via de Wet Diverse bepalingen van 30 december 2009 trachtte de wetgever te verhelpen aan een door het Hof van Cassatie in zijn arrest van 19 januari 2009 opgemerkte lacune inzake verjaring.

[lees meer]


Betere bescherming arbeiders

Twee maatregelen, beide ingevoerd door de Wet Diverse bepalingen van 30 december 2009, beogen specifiek een betere bescherming van de arbeiders in het leven te roepen. De eerste maatregel, de zogenaamde crisispremie, is beperkt in de tijd en is slechts van toepassing op arbeiders die worden ontslagen tussen 1 januari en 30 juni 2010. De tweede maatregel betreft de gelijkschakeling in de gezondheidssector van de opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden.

[lees meer]


Wijziging in aansluitingsverplichting van zelfstandige bij sociale verzekeringskas

De Programmawet van 23 december 2009 heeft, met het oog op de bestrijding van zwartwerk, een aantal wijzigingen doorgevoerd in het sociaal statuut van de zelfstandigen. Vanaf 1 april 2010 is iedere zelfstandige meer bepaald verplicht zich aan te sluiten bij een sociale verzekeringskas uiterlijk de eerste dag van de zelfstandige activiteit. Een nieuwe administratieve sanctie beoogt deze nieuwe regel kracht bij te zetten.

[lees meer]


Over de (on)geldigheid van bedingen in verkoopcontracten voor onroerende goederen tussen consumenten en beroepsverkopers

Contracten tussen een professionele verkoper en een consument zijn onderworpen aan bijzondere regels ter bescherming van de consument. Die regels bepalen onder andere dat een beding nietig is wanneer het een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen. In een recent arrest heeft het Hof van Cassatie deze regels toegepast op een opschortende voorwaarde in een verkoopcontract van een onroerend goed.

[lees meer]


IN DEZE SPOTLIGHTS
 
SEMINARIES
PUBLICATIES
CONTACT
WWW.EUBELIUS.COM
Eindredactie:
Conny Grenson